Van uiteenlopend allooi

De afgelopen eeuw heeft zilver niets aan glans ingeboet. Het heeft echter wèl op economisch gebied het onderspit moeten delven en de vroegere status als machtsinstrument prijsgegeven. De industriële toepassingen zoals fotografie, elektro- en medische technologie veranderden de functie van dit edelmetaal van tactisch naar praktisch. De van oudsher grote aantrekkingskracht van zilver stond direct in verband met de kostbaarheid die uit de vermeende schaarste was voortgekomen. Zilver werd gebruikt voor de vervaardiging van waardevolle pronkstukken en luxe gebruiksvoorwerpen.

Bovendien kon je er munt uit slaan!

In 1628 kaapte Piet Hein de Zilvervloot, de schepen die de jaaropbrengst van de Zuid-Amerikaanse zilvermijnen naar Spanje vervoerden. Spanje bekostigde met de opbrengst van dergelijke transporten de strijd tegen de opstandige Nederlanden.

De enorme buit bestond uit ruw gemunte stukken, “real de ocho” of “Spaanse matten” genoemd. Deze zilveren munten werden in hun oorspronkelijke vorm als geld gebruikt maar dienden ook voor de eigen muntslag. Daarnaast werden de munten aangewend als grondstof voor de vervaardiging van edelsmeedwerk. Deze morel en financieel belangrijke overwinning van de West-Indische Compagnie stond mee aan de basis van de Gouden eeuw der Nederlanden.

Tussen het muntwezen en het ambacht der zilversmeden bestond steeds een hechte band, als het ware gesmeed door de eigenschappen van het metaal zelf.

Zilver vertoont zoals het een edelmetaal betaamt in zuivere samenstelling geen oxidatie. Zilver laat zich betrekkelijk eenvoudig bewerken. Het behoort tot de meest zachte en manipuleerbare metalen, hetgeen voor de bewerking een voordeel is maar aan het gebruik beperkingen oplegt. Om het zachte zilver sterker te maken wordt een kleine hoeveelheid ander metaal, zoals koper, toegevoegd.

Van uiteenlopend allooi Van uiteenlopend allooi (1)

De verschillende mengverhoudingen waarin dit gebeurt noemt men zilvergehalten. In zuivere vorm doet zilver zijn Latijnse naam Argentum, dat wit betekent, alle eer aan. Naarmate het zilvergehalte in een mengverhouding, de legering, lager is krijgt zilver een meer bruine kleur en een verhoogde aanslaggevoeligheid.

Het allooi is het gehalte aan zuiver edelmetaal in een legering. Allooi betekent: waarde, soort, peil en gehalte en komt van het Franse à loi (volgens de wet). De term allooi duidt overigens dikwijls iets negatiefs aan. Men spreekt bijvoorbeeld over gezelschap van verdacht, twijfelachtig of uiteenlopend allooi.

Het onder Napoleon ingevoerde decimale stelsel vereenvoudigde onder meer de aanduiding van het zilvergehalte. Voorheen werd deze aangegeven in denier, penning en grein.

De term Sterling zilver wordt nog altijd international gebruikt voor zilver van het gehalte 925/1000. De naam komt van de Sterling, een Engels zilveren muntstuk dat van 1273 tot 1355 in omloop was. De sterling is ook de naam van een oude gewichtseenheid waarbij 1 pond is onderverdeeld in 320 sterling en elke sterling 24 grein woog. Een grein is een graankorrel en niet alle ‘graantjes’ wogen evenveel. Dit gewicht wilde van streek tot streek en naar gelang de koopwaar nog al eens verschillen tot dat bij ordonnantie geregeld werd dat edelmetaal steeds met officieel geijkte gewichten en balansen gewogen moest worden.

Edelsmeedwerk was geld in een andere vorm

Omdat men uit zilver letterlijk munt kon slaan was de toepassing van een betrouwbaar en vaststaand zilvergehalte ook voor edelsmeedwerk van groot belang. Bij de kostprijs van een zilveren object speelde het arbeidsloon, het fatsoen, slechts een beperkte rol. De waarde werd destijds dus niet door het kunstzinnig aspect maar vooral door het gewicht bepaald. Een overschot aan zilveren kasgeld ging niet ìn een spaarpot, maar werd zelf tot pot gesmeed. De hoeveelheid zilverwerk in huis was een graadmeter van welstand en macht. Als de situatie er om vroeg werd dit zilver weer ten gelde gemaakt. Het allooi van die aanschouwelijk gemaakte spaartegoeden mocht daarom niet lager zijn dan dat van het in omloop zijnde geld. Hierin speelt niet alleen het particulier belang. Het kwam ook geregeld voor dat men zilver moest inleveren om de krijgskas van de overheid te spekken.

Uit de noodzaak het zilvergehalte van edelsmeedwerk te controleren ontstond het waarborgsysteem. De keurmerken die op zilveren objecten voorkomen waren destijds dan ook niet bedoeld om het ons nu gemakkelijk te maken een antiek zilveren voorwerp toe te schrijven en te dateren.

Het meesterteken, dat de meesterzilversmid zelf afsloeg, is het verantwoordelijkheidsteken voor het allooi van de artikelen die uit zijn werkplaats komen (vanaf de negentiende eeuw kan dit bovendien met een juweliersmerk onderschreven zijn). Het geregistreerde en persoonlijke meesterteken maakte het mogelijk een overtreder van de regels ter verantwoording te roepen en te beboeten.

Van uiteenlopend allooi (3)

Het eigen stedelijk ambacht of gilde organiseerde onder meer het toezicht op de naleving van het voorgeschreven gehalte. Om te weten welk stedelijk ambacht voor een gekeurd stuk verantwoordelijkheid droeg, werd het stadskeur afgeslagen. Hiervoor gebruikte men vaak het stadswapen of een element eruit, zoals de hand voor Antwerpen. Wie garant stond is af te lezen uit de zogenaamde dekenletter of het jaarcijfer.

Aanvullende keuren kunnen later zijn geslagen met naast gehaltecontrole vooral belastingheffing als doel. Een keur is de afslag van een stempel, maar ook een term om het allooi aan te geven; grote keur is hoog gehalte zilver, kleine keur is van een lager gehalte. Het zigzaglijntje, de trembleersteek, dat soms op antieke zilveren voorwerpen voorkomt is een spoor van het materiaalonderzoek; de toets.

Van uiteenlopend allooi (2)

Luxeartikelen zijn per definitie modieus. Een ouderwets zilveren voorwerp liet men daarom eenvoudig omsmelten of tenminste aanpassen. Kennis van de elkaar opvolgende stijlperioden maakt het daarom meestal mogelijk een juweel, gebruiks- of siervoorwerp grofweg te plaatsen qua land en tijdvak waarna de aangetroffen keurmerken kunnen worden opgezocht in één van de vele naslagwerken.

Een keurmerk namaken was natuurlijk best doenlijk voor een ambachtsman en ook durfden edelsmeden wel te knoeien, door edelmetaal van laag allooi te gebruiken of koper van een vergulde of verzilverde laag te voorzien. Om dergelijke praktijken te ontmoedigen schreven nieuwe ordonnanties steeds hogere boetes voor. Edelsmeden vonden ook werk in het muntbedrijf. Hun vakmanschap en ervaring met edelmetaal kwam immers ook als stempelsnijder of muntmeester van pas.

Bij een wisseling van regime kon een aangepaste muntslag relatief snel de identiteit van de nieuwe heerser verspreiden. En als door een stijging van de zilverprijs de intrinsieke waarde de nominale waarde overtrof warden de munten versmolten en gebruikt voor nieuwe aanmunting of voor zilversmeedwerk. Ook gingen munten terug het vuur in als ze versleten waren of teveel “gesnoeid”. Voordat munten een strak afgewerkte rand kregen was vijlen immers een lucratieve bezigheid, waarvoor je echt geen volleerd zilversmid hoefde te zijn.

Van uiteenlopend allooi (4)

‘Van goede huize’

Een aankomend zilversmid moest zijn kunnen bewijzen in een door de dekens en de gezworenen van het ambacht te beoordelen meesterproef. Vele liters wijn en een royale maaltijd droegen wel bij tot een goedkeuring door deze belangenorganisatie.

Het adspirant lid had dan al wel een stevige praktijkopleiding van minstens vier jaar achter de rug, veelal gevolgd door een periode van twee jaar als (rondreizend) gezel.

Om meesterzilversmid te worden kwam je best ‘van goede huize’. Het aantal meesters dat werd toegelaten tot het ambacht was namelijk beperkt. Een aankomend zilversmid moest van onbesproken gedrag zijn en diende het burgerschap van de stad te bezitten. Het bevoordelen van meesterszonen boven andere kandidaten werkte de instandhouding van familiebedrijven in de hand. Voor wie niet kon opvolgen in het familiebedrijf waren de kosten bovendien aanzienlijk. Buiten opleiding, alle kosten voor het afleggen van de meesterproef, het lidmaatschap van het ambacht en de aanschaf van een basisvoorraad zilver betekende de inrichting van een werkplaats een grote investering. Gereedschappen, waaronder een oven, waren kostbaar en gezien het brandgevaar ook niet overal te plaatsen. Als een meester na een glansrijke carrière tenslotte overleed mocht zijn weduwe met behoud van zijn meesterteken en werkgasten de handel voortzetten.

Van uiteenlopend allooi (5)

En voor wie het geloven wil

Nadat Eligius van zijn vader het smeden had geleerd trok hij door Vlaanderen om werk te zoeken. Hij kwam bij een smidse waar men juist een onwillig paard wilde beslaan. Als Eligius werk zocht, mocht hij zijn kunnen wel eens tonen. Daarop draaide hij een been uit het paard, voorzag dat van een nieuw hoefijzer en zette het been weer aan het paard vast zonder dat er bloed vloeide!

De betrouwbaarheid van deze wonderlijke legende valt in twijfel te trekken maar dat Eligius bestaan heeft is wel bekend. Hij werkte als hofgoudsmid en muntmeester onder de Frankische koning Clotharius. Eligius was bijzonder vroom en heeft het later nog tot bisschop gebracht. Tijdens het smeden beval hij al zijn gezellen voortdurend te bidden omdat hij ervan overtuigd was dat de over het zilverwerk uitgesproken zegening zou uitstralen op de toekomstige eigenaar. Er is helaas geen werkstuk bekend dat met zekerheid aan deze bijzondere zilversmid is toe te schrijven. Wèl is er veel zilver gemunt met religieuze teksten zoals ‘GOD ZIJ MET ONS’ of ‘DIEU PROTÉGÉ LA BELGIQUE’, maar enig verband is zuiver speculatief. Sinds de Middeleeuwen is Sint Eligius ofwel Sint Eloy de patroonheilige van munters en smeden. Op 1 december, zijn sterfdag in het jaar 660, wordt in menig werkplaats nog altijd een kaarsje ontstoken.


Tekst: © Cornelia Perquin. Afbeeldingen: ©  Juweliershuis Anthony NV.

Alle rechten voorbehouden.
Geen enkel deel van dit artikel, noch de bijbehorende illustraties kan of mag worden verveelvoudigd zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de copyrighthouder.
Oorspronkelijk gepubliceerd in Arts, Antiques en Auctions 2005/2.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *